Daniël Dee

Daniël Dee ontvangt mij in het bevallige gezelschap van zijn oudste dochtertje. Dat is later aanleiding om te verraden dat ik een leesbril nodig heb. Maar verder is het met Daniël Dee goed lullen. Echt.

Dit verscheen in Gers! Magazine #12:

Daniël Dee (1975) was onze vorige Rotterdamse stadsdichter en brengt eind maart zijn nieuwe bundel uit: Mond vol demonen. In zijn poëzie is hij volgens zichzelf nogal breedsprakig.

Ik heb altijd wel lange gedichten geschreven. Dat begon al toen ik een cursus poëzie schrijven volgde bij Jana Beranová. De mores was zoveel mogelijk zeggen in zo weinig mogelijk woorden. Dat maak ik zelf wel uit. Het is poëzie. Alles mag. Ook om die groep een beetje te jennen. In mijn vorige bundel wilde ik de vorm van die lange prozagedichten uitproberen. In Mond vol demonen zitten er weer een stuk minder. En inhoudelijk is het een soort naar-binnen-kering. Eigenlijk alleen maar wanhoopspoëzie, zei een vriendin van mij die het al gelezen heeft. Maar het is wel mijn wanhoop. Ik bespreek niet de wereldproblematiek.

Poëzie lezen is een vorm van magie! Ik kan er dingen mee bezweren, de werkelijkheid naar mijn hand zetten. De manier waarop je kijkt naar de wereld kan een beetje kantelen. Ik denk ook dat verhalen in het algemeen echt belangrijk zijn. Dat kunnen ook verhalen in film of op muziek zijn. Die laten je de werkelijkheid anders zien dan domme nieuwsfeiten. Ze geven meer achtergrond en diepgang in het leven en mensen krijgen meer empathie voor elkaar.

 

20151230-gers12-danieldee-27-1000
Daniël Dee


 

Well, here’s another fine mess

mijn boheemse beminde spriet zoals jij is niemand anti­tam
jij bent de vleesgeworden slag bij antietam drieëntwintig-
duizend man joeg je binnen een dag over de kling dat is
bijna duizend man per uur en nog heb je niet genoeg
ik sta aan de grond genageld geparalyseerd tactisch onbeslist
met een fles wijn aan de mond blauwe lippen blauwe tong
bevroren mijn taal mijn spraak stotterend ijsschaafsel terwijl
ik evengoed van binnen brand met een lege fles die vastzit
om mijn middelvinger omdat ik speelde en niet oplette
de kurk op mijn verlangen is spoorloos verdwenen
als dit een cartoon was dan stoomde het uit mijn oren [uit je broek zul je bedoelen]
als had ik de dunne verdwenen is mijn dikdoenerij
het fijne is ik zie je dubbel het nare is ik grijp steeds mis

Daniël Dee

Voorpublicatie uit: Mond vol demonen, verwacht maart 2016, uitgeverij Passage

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *